Hoogspannings- verbinding Rilland-Borssele

Veiligheid, complexiteit, een zeer korte doorlooptijd… zo’n beetje alles wat een project spannend kan maken, was aanwezig bij de aanleg van de hoogspanningsverbindingen tussen Borssele en Rilland. Op 23 februari is de laatste poer gestort van de in totaal 103 mastfunderingen. ‘Het vroeg veel van ons team, van TenneT en van de mensen van Movares, maar we hebben het samen toch maar mooi voor elkaar gekregen!’, zegt Henk Maaskant, ontwerpleider BAM Infraconsult, zichtbaar trots. Ook Kees Kleijwegt, engineer bij TenneT, kijkt met trots terug op de prettige samenwerking en het resultaat.

Korte doorlooptijd

TenneT breidt de capaciteit van het elektriciteitsnet flink uit met nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbindingen in Groningen en Zeeland met de innovatieve Wintrackmasten. Na het vastlopen van een eerder contract voor de verbinding tussen Rilland en Borssele heeft TenneT zelf het ontwerp gemaakt met een eigen ontwerpteam met engineers, geotechnisch adviseurs, constructeurs, softwareontwikkelaars en ontwerpers van TenneT en Movares. Hierbij is gebruik gemaakt van het door Movares ontwikkelde toets- en ontwerpprogramma UC1, een nieuwe manier van parametrisch ontwerpen die zorgt voor optimale afmetingen en optimale wapening. Kleijwegt: ‘Twee teams van TenneT en Movares hebben het mastontwerp en het funderingsontwerp gemaakt. Vervolgens hebben we de opdrachtnemers gevraagd de wapeningsberekening en de wapeningsschetsen te vertalen naar een wapeningstekening.’ In de zomer van 2020 zijn de civiele werkzaamheden voor het deel van Borssele tot aan Willem-Annapolder gegund aan BAM Infra. Maaskant: ‘De afgesproken datum waarop de capaciteit geleverd moest worden, stond vast, ondanks de opgelopen vertraging. Dankzij de prettig en constructieve samenwerking met Movares en TenneT zijn we hierin geslaagd. We zijn er als één team echt samen voor gegaan!’

Norm voor de toekomst

Ook het deel in Groningen tussen Vierverlaten en Bedum kende de nodige uitdagingen. Maaskant: ‘Tijdens de bouw van de mastfunderingen moeten wij garant staan voor de veiligheid van onze mensen. Vlechters moeten te allen tijde veilig over de wapening kunnen lopen. Boven in de poer lag veel wapening die we veilig wilden opbouwen vanaf de eerste laag. Dit hield wel in dat we de wapeningsconfiguratie moesten laten herberekenen, en dat in enkele weken tijd. Samen met de constructeurs van Movares hebben we in al die stapels wapening gezocht naar een optimalere verdeling van de diameters en een veilige beloopbaarheid van de wapeningskorven. Dit is gelukt: we wisten een veilige, beloopbare onderlaag te creëren zonder dat er extra staal nodig was in de constructie. Zonder die optimalisatie was er heel wat extra wapening nodig geweest. Dat gaat dan over duizenden kilo’s staal en dus zeer hoge kosten. Uiteindelijk was dat niet nodig. Movares heeft, als hoofdconstructeur, alle controles gedaan op deze optimalisatie en daar is voor ons ‘de norm voor de toekomst’ uitgekomen.’

TOETS- EN ONTWERPPROGRAMMA UC1

Nieuwe stortmethodiek

Een veilige constructie moet ook nog veilig gebouwd worden. ‘Degelijke betonpoeren storten is niet zomaar iets’, zegt Maaskant. ‘Dit gaat om blokken tot 650 m3, ofwel circa1600 ton gewicht. Als je dat in één keer stort, ontstaan er oncontroleerbare zettingen en onverantwoorde warmteontwikkeling. Met onze geotechnici, civiel constructeurs en materiaaltechnologen is een methode ontwikkeld waarbij wij gecontroleerd met een aangepast betonmengsel de poeren konden storten op iedere gewenste ondergrond: we voerden, indien nodig, de tegendruk zo op dat de onderste plaat kon uitharden, terwijl we bleven doorstorten. Deze methode hadden we eerder in Groningen toegepast en nu ook in Zeeland. De Zeeuwse bodem is veel zettingsgevoeliger, waardoor het hier soms echt precisiewerk was. Samen met Movares hebben we deze stortmethode verder weten te verfijnen. Het storten van dergelijke poeren in deze fase van de sterkteontwikkeling van het beton komt uiterst nauw omdat er voor dit soort jong beton geen normen zijn. Tijdens de eerste storting zijn de poeren op verschillende manieren gemonitord, waaronder met rekstrookjes, om het zettingsgedrag en de daar bijbehorende spanningen zo goed mogelijk te controleren. Na heel veel onderzoek zagen we trendlijnen ontstaan en ontstond er vertrouwen. Het was best spannend bij het storten van de eerste poer!’

Innovatiekracht

Kleijwegt: ‘Dit soort projecten zijn hele gave langlopende projecten met veel impact op de omgeving. Bijzonder vind ik de schaalgrootte van dit project: het zijn echt heel grote funderingen. Ook de maatschappelijke impact vind ik bijzonder. Als TenneT spelen wij een belangrijke rol in de energietransitie. Wat we in Zeeland realiseren is een verdubbeling van de capaciteit. Straks zijn er maar liefst vier circuits 380kV. Op het traject dat BAM nu heeft gerealiseerd, staat het type mast W6; dit zijn de zwaarste masten met aan elke zijde een 380kV-verbinding. Met UC1 zijn we erin geslaagd de meest optimale afmetingen te berekenen en waardoor we minder oppervlakte innemen op het land van de perceeleigenaren. We wilden zoveel mogelijk rekening houden met hun belangen en daar heeft UC1 zeker bij geholpen.’ Kleijwegt zegt onder de indruk te zijn van de innovatiekracht van BAM in dit project. ‘Complimenten voor hun creatieve, innovatieve aanpak! Ik ben er trots op dat wij als TenneT, Movares en BAM samen het project zo goed mogelijk wilden realiseren en daarbij echt opereerden als één team. Ik waardeer de flexibiliteit, het wederzijds begrip en de focus op het bedenken van oplossingen. De realisatie wordt dan de kroon op het werk waar we ons de afgelopen jaren voor hebben ingezet.’

TenneT breidt de capaciteit van het elektriciteitsnet flink uit met nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbindingen in Groningen en Zeeland. TenneT gunde de civiele werkzaamheden voor de aanleg van de verbinding Borssele-Rilland aan BAM Infra bv en aan een consortium van Mobilis bv en Strukton Civiel Projecten bv. BAM Infra verzorgt het traject ten westen van Willem-Annapolder (van Borssele tot aan Willem-Annapolder) en het consortium Mobilis/Strukton Civiel ten oosten hiervan (van Willem-Annapolder tot Rilland). Eenzelfde verdeling is gemaakt in Groningen. Hier verzorgde BAM Infra het traject ten westen van het Boterdiep (van Vierverlaten tot aan Bedum) en het consortium Mobilis/Strukton Civiel ten oosten hiervan (het traject van Bedum tot Eemshaven).

Contact

Heeft u naar aanleiding dit artikel nog vragen, of wilt u met een van de experts van gedachten wisselen? Neem dan gerust contact met hen op.

Henk Maaskant manager BAM Infra

Kees Kleijwegt engineer TenneT

Ron Materman senior supervisor Movares

Wilco Sponselee senior adviseur Movares